Hond & baas
Gedrag en communicatieHet een en ander over gedrag en communicatie in de praktijk kun je lezen in een boekje dat ik in 2009 heb geschreven. Zie mijn website over ervaringen met de visuele handicap bij Publicaties. Wat de communicatie betreft communiceren honden nog veel meer dan mensen met lichaamstaal. Honden hebben een eigen lichaamstaal. Deze wordt gebruikt voor communicatie met andere honden maar ook voor communicatie met de mens. Bedenk daarbij dat honden ook anders "denken" dan mensen. Als je inziet hoe (anders) honden denken, kun je ze beter begrijpen. Zo beredeneren honden hun gedrag niet en reageren ze instinctief met min of meer vaste gedragspatronen. Bij de onderlinge communicatie letten honden eerst op wie hoger in rang is. Zij zien dat aan elkaars staart. Als de staart overeind staat kan de geur uit de anaalzakklieren makkelijker verspreiden en dat duidt dan op zelfvertrouwen. Is de hond daarentegen bangerig, dan houdt hij zijn staart omlaag. Ook de stand van de oren zegt wat, want als de oren wat naar voren staan valt met de hond niet te spotten. Liggen de oren wat naar achteren, dan laat hij zijn oren er maar wat naar hangen en is hij wat onderdaniger. Als een hond met een pootje achter zijn oor krabt, dan kan dat duiden op overspronggedrag. Een hond zal namelijk kunnen gaan blaffen als een vreemde zijn territorium binnenkomt, maar als de "vreemde" zijn baas blijkt te zijn raakt hij even geblokkeerd. Honden communiceren met mensen via blaffen en grommen. Grommen komt in het wild ook voor bij wilde dieren vooral bij hondachtigen zoals
wolven.
Dit systeem is bedoeld om zichzelf te beschermen tegen (mogelijke) gevaren en situaties die dreigend overkomen. Uit recent onderzoek is gebleken dat
honden het systeem van blaffen waarschijnlijk hebben ontwikkeld om zo met de mens te kunnen communiceren. De wolf, waarvan de hond afstamt, blaft niet.
Wolven huilen en grommen alleen. Uit dit onderzoek is ook gebleken dat mensen dit systeem meestal ook begrijpen. Er zijn verschillende blaffen voor iedere
soort situatie. Zo heeft de hond een blaf voor als zijn of haar baas weer thuis komt; vrolijk dus. Een blaf voor als de hond aan het spelen is, als er
iemand inbreekt of als hij iemand echt aanvalt. De mens past meestal zijn taalgebruik aan, als hij met een hond praat. Dit kan in kleine mate zijn of juist een gehele aanpassing aan de
grammatica en uitspraak.
De meeste mensen communiceren met een hond in hun eigen taal, uit onderzoek is ook gebleken dat taal geen invloed heeft op een hond. Honden luisteren slechts
naar tonen zoals aa, ee, oe, oo, ie enzovoorts, als men "zit, af, poot" zegt hoort de hond hoogstwaarschijnlijk "ì, à, oo". Wanneer een taal afwijkt van
de taal waarin de hond commando's heeft geleerd, kan hierdoor verwarring ontstaan. Dit komt echter niet vaak voor, aangezien de meeste mensen ook
lichaamstaal
gebruiken. Hierdoor kan een mens vaak moeiteloos communiceren. Het taalniveau dat gebruikt wordt om met honden te communiceren is vaak gelijk aan het niveau
van kinderen of zuigelingen. Voorbeeld van taalgebruik gericht op honden is het volgende:
Mensen ontwikkelen vaak hun eigen trucjes (strategische gedragingen) om ervoor te zorgen dat honden beter luisteren. Honden daarentegen kunnen geen trucjes bedenken of bijvoorbeeld hun baas een poets bakken. In zijn vierde levensmaand leert een hond wie zijn baas dan is en de twee volgende maanden wat zijn plaats is binnen de roedel. Een toekomstige geleidehond woont in deze perioden bij het puppypleeggezin. De hond heeft dan inmiddels ook al kennisgemaakt met winkels, treinen etc., want de derde levensmaand is daar de geschiktste maand voor. Binnen de roedel is iedere plaats bepaald, zodat de positie van hond en baas duidelijk dient te blijven. De baas krijgt het lekkerste voedsel, de mooiste plaats in huis etc. De baas of roedelleider in de ogen van de hond is dat lid van het gezin, dat zich wat persoon lijkheid en gedrag ook daadwerkelijk gedraagt als de leider. Hij is autoritair, duldt geen in- of tegenspraak, houdt het initiatief en is altijd consequent. Menselijkerwijs, klinken deze ken merken niet sympathiek in de oren. Toch dient de baas die ook werkelijk leider van zijn hond wil zijn en een goede relatie met zijn hond op prijs stelt, zich volgens deze regels te gedragen. Doet hij dit niet, dan is hij in de ogen van de hond een slechte leider, waarop hij niet kan vertrouwen. Als reactie hierop, zal deze hond gaan klimmen in de rangorde. Hij zal proberen hogerop te komen, wat in de regel gepaard gaat met ongewenst gedrag (de zogenaamde dominantiesigna len van de hond). De hond doet dit beslist niet om zijn baas te pesten. Het is hem een natuur lijke drang, de taak van zijn falende leider over te nemen en zo het welzijn en het voort bestaan van de roedel veilig te stellen. Een hond heeft geen moeite met de positie van ranglaagste, miets de verhoudingen duidelijk zijn. Is er evenwicht in het gezin, dan is de hond ook evenwichtig en rustig. Wanneer er een nieuw lid tot de roedel toetreedt, zal de hond weer dienen te wennen aan de situatie. Als baas kun je dan dat nieuwe lid voorstellen aan de hond, zodat de hond ziet dat de baas de rangorde blijft bepalen en het nieuwe lid kennelijk o.k. is. Sowieso dient voortdurend bevestigd te blijven worden wie de baas is, bijvoorbeeld door initiatieven nemen, door niet voor de hond opzij te gaan, door tot de orde te roepen als commando's niet worden opgevolgd etc. Er kan sturing gegeven worden door correcties of door beloningen en uit onderzoek is gebleken dat beloningen het effectiefst zijn. Een goede correctie:
Goede beloning:
|
| ||
|
|