Hond & baas





1. Herkomst
2. Anatomie
3. Verzorging
4. Voeding
5. Gedrag en communicatie
6. Geleidewerk
7. Spelen

Vragen en antwoorden
Reacties

Geraamte van een hond

Anatomie

Om het gedrag van Marwin beter te kunnen snappen, is het van belang de anatomie van honden enigszins te kennen. Ik bespreek daarom:

De zintuigen

Terwijl voor mensen vandaag de dag de ogen het belangrijkst zijn voor de oriëntatie, is voor honden de neus het belangrijkst. Vermoed wordt dat een hond meer dan 100 keer zo veel kan ruiken als een mens.

Bij ontmoetingen met andere honden, zal een hond eerst onder de staart van de andere hond ruiken en door middel van de geur uit de anaalzakklieren bepalen wie hij voor zich heeft. Een hond kan ook aan uitwerpselen van andere honden ruiken. Het zijn als het ware geurvlaggen voor hem, vlaggen die territorium bepalen.

Op de tweede plaats komt bij de hond het gehoor en dus het gebruik van de oren. Honden kunnen behalve de tonen die mensen kunnen horen ook nog hogere tonen horen. Ook horen ze lagere volumes beter.

Op de derde plaats komt bij honden het gezichtsvermogen. Niet dat ze slecht zien, want ze kunnen veel zien, maar de beide andere zintuigen gebruiken ze eerder. Wel kijken ze anders dan mensen, doordat de ogen anders staan. Voordeel daarvan is het bredere gezichtsveld. Nadeel ervan is dat ze minder goed afstand in kunnen schatten.

Lange tijd werd aangenomen dat honden geen kleuren kunnen zien, maar men gaat er nu, na onderzoek, vanuit dat honden weinig betekenis toekennen aan kleuren. Het netvlies in het oog (bij mensen en bij honden) is opgebouwd uit staafjes en kegeltjes. Zwart-wit beeld wordt waargenomen met de staafjes, kleuren met de kegeltjes. De hond heeft staafjes-rijke ogen waardoor hij bij zwak licht, bijvoorbeeld in ochtend- en avondschemering, veel beter kan zien dan mensen.

Een ander verschil met het menselijk oog is dat honden bewegende voorwerpen beter kunnen waarnemen dan stilstaande. Honden kunnen op een afstand van pakweg 20 meter hun baas die stilstaat nauwelijks zien. Wanneer de baas zich beweegt, bijvoorbeeld door te zwaaien met zijn armen, dan kunnen honden dat meteen waarnemen.

Het gebit

Pups beginnen, net als mensen, met een melkgebit. Rond de vierde maand wordt het melk gebit gewisseld voor een blijvend gebit. Het gebit van de volwassen hond bestaat uit 42 tanden en kiezen, waarvan 12 snijtanden, 4 hoektanden en 26 kiezen.

De schoft en de jachtknobbel

De schoft is de bovenrand van het schouderblad. Hieraan meet men de hoogte van de hond.

De jachtknobbel bevindt zich op het achterhoofd van de hond. Dit is het aanhechtingspunt van de nekspieren. Bij het ene ras is deze beter voelbaar dan bij het andere ras.

De ribben, de taille en de lendenen

Om te weten of een hond te dik is, is het belangrijk de ribben, taille en lendenen te kennen. Deze lichaamsdelen vormen namelijk een goede graadmeter. Is een hond goed op gewicht, dan moeten de ribben zonder teveel druk van de vingers voelbaar zijn. Ook moet er een duidelijke taille aanwezig zijn. Een hond die tussen de ribben en de lendenen niet enigszins invalt, is te dik.

De voor- en de achterhand

De voorpoten en schouderpartij worden tesamen de voorhand genoemd. Honden hebben niet, net als mensen, sleutelbeenderen, zodat zij niet in staat zijn zijwaartse bewegingen te maken.

De achterhand omvat de achterpoten, het heupgewricht, het achterwerk en de staart.

De vacht

De vacht heeft tot doel de huid te beschermen en de hond te voorzien van isolatie bij kou en bij warmte. De vacht wordt gekenmerkt door lengte, haarsoort, inplant en de ondervacht. De bovenvacht zijn de dekharen, deze zijn vaak wat stug en langer dan de onder vacht, die wollig en zacht aanvoelt.

De hond verhaard tweemaal per jaar.

De zweetklieren

Als honden het erg warm krijgen, hebben ze niet net als mensen vele zweetklieren om zo af te kunnen koelen. Ze hebben slechts zweetklieren onder hun zooltjes en rondom de neus(dop). Het zweet van onder de zooltjes kan hetzelfde ruiken als menselijke zweetvoeten.

In plaats van zweten kiezen ze voor afkoelingsplaatsen en voor minder activiteit (inclusief minder eten). En bekend is ook het uithijgen met de tong uit de bek. Dit geldt zeker ook voor een zwartharige hond als Marwin.




Refresh!

free counter
statistics

www.leendertvandemerbel.nl